Voetbal
Het voetballen was mij uiteraard met de paplepel meegegeven. Op achtjarige leeftijd kon ik aansluiten bij S.K. Deinze. Mijn vader speelde toen nochtans bij Sparta Petegem maar het was zijn keuze dat ik bij zijn eerste ploeg aansloot. Iedere zondag was er voetbal te beleven. Als kleine jongen kon ik aan de hand van mijn meme, Emelie Van Autreve, de moeder van mijn vader, mee naar het voetbal. Zij was een fervente supporteres van vader Jan. Meestal de zondagvoormiddag speelde ik dan met de jeugdploegen van S.K. Deinze een wedstrijd en in de namiddag ging ik kijken naar de wedstrijd van papa of supporteren voor S.K. Deinze. Eerst kadetten, dan scholieren en junioren, dit waren toen de jeugdcategoriën. De jeugdploegen speelden toen bij de provinciale ploegen. Dit was tegen Gantoise, S.K. Beveren, E. Aalst, Racing Gent, in die tijd ploegen uit de eerste nationale afdeling. Wij als ploegske van Deinze kregen bijna iedere week een ferme pandoering. Ik kreeg er wel veel binnen maar kon er ook veel pakken en dit was voor mij een schitterende leerschool.
Tijdens de periode dat ik bij de juniores speelde waren mijn ouders een zaak begonnen in Nevele en toevallig was dit in het lokaal van voetbalploeg SK Nevele spelend in het K.V.S. Samen met vader Jan speelden wij in de tweede afdeling. In de voormiddag haspelde ik een wedstrijd af met de juniores van Deinze en in de namiddag met Nevele. Soms bij een verre verplaatsing met de juniores kwam men mij oppikken aan het terrein om tijdig ter plaatse te zijn in de namiddag om te spelen met Nevele.
Op 18-jarige leeftijd maakte ik mijn debuut in het eerste elftal van S.K. DEINZE in eerste provinciaal. Geloof het of niet, maar wij speelden kampioen en maakten promotie naar bevordering. Als broekventje tussen al die grote mensen, was voor mij een groot voordeel. Ik deed veel ervaring op
en kon mij regelmatig in de kijker spelen. Medespelers waren toen, Michel De Dapper, Rikske Buelens, Fernand Martens, Stephane De Graeve, André Van Maldeghem, Fernand Den Blauwen,
Etienne Heugens, Dany Verstyn, Antoine Moreels, Fons Teirlinck, Willy Termont, Julien Maesele, Gilbert De Meyer, Erick Haerinck e.a. De trainer was Adolf Adams, een oud-speler van S.K. Deinze en een uitstekende leermeester. Onze titel behaalden wij in het seizoen 1959-'60.
De volgende twee seizoenen waren er van vallen en opstaan in bevordering. Ook een nieuwe trainer was in de plaats van A. Adams gekomen, namelijk Jos Melis. Het was vechten tegen de degradatie maar wij bleven er telkens in.
Ondertussen was ik als bediende beginnen werken bij de firma Torck, maar later iets meer daarover.
Door mijn prestaties kreeg ik de kans om in hogere reeksen te voetballen. Eendracht Aalst kwam aan de deur kloppen. De ploeg degradeerde juist uit Eerste Nationale (remember de zaak Blavier)
en was op zoek naar een nieuwe doelman ter vervanging van Pier Van Der Meirsch, een legende in Aalst. Dank zij de goede wil van enkele bestuursleden van S.K. Deinze kreeg ik mijn transfer naar E. Aalst.
Het was een enorme verandering. Spelen tegen K.V. Mechelen, Crossing Schaarbeek met Rik Coppens, Thor Waterschei, Racing Mechelen, Union Sint-Gillis, F.C. Tilleur, Daring Molenbeek enz.
Tijdens mijn tweede seizoen bij Eendracht kregen wij als tegenstander in de Beker van België R.S.C. Anderlecht. Dit was een avondwedstrijd op het terrein van Eendracht Aalst op 5 februari 1964. Dat ik die datum nog zo goed weet is vooral te danken aan mijn prestatie die avond. Spelen tegen Pol Van Himst, Jef Jurion, Pierre Hanon, Plaskie, Orlans, Puis, Cornelis, Jean Trappeniers en noem maar op, was voor mij een droom die werkelijkheid werd. Het resultaat spreekt voor zichzelf, wij wonnen met 1 - 0 en de volgende dag waren alle kranten te klein om mijn wedstrijd in de verf te zetten. Mijn naam was in de voetbalwereld gekend. Daardoor kwamen op het einde van het seizoen verschillende ploegen uit Eerste en Tweede Afdeling bij Eendracht aankloppen voor een transfer, o.a. Anderlecht om er maar één op te noemen.
Uiteindelijk koos ik voor Racing-White, de fusieploeg van Racing Brussel en White Star Brussel.
Waarom niet Anderlecht zal je misschien zeggen ? Ik voelde er niets voor om mijn werk te laten staan en aan een onzekere profcarrière te beginnen. Racing-White speelde toen in de tweede afdeling maar was enorm bedrijvig op de transfermarkt om een mogelijke promotie naar eerste
te bewerkstelligen. Samen met Walter Elegeert en Roland Van Der Borght transfereerde ik van
Aalst naar Brussel.
Het was een ganse belevenis. Vier maal per week trainen om vijf uur in de namiddag met één van
de meest gekende trainers. Norberto Höffling kwam van Feyenoord naar Brussel om ons drie jaar
te trainen met als optie een promotie naar Eerste Nationale.
Het lukte onmiddellijk. In het eerste seizoen 1964-'65 speelden wij kampioen. Het was voor mij het begin van een zware periode. Van de firma Torck kreeg ik de toestemming om te stoppen met werken om halfvier in de namiddag. Ik begon wel 's morgens om 7 uur om zo voldoende uren te halen. Na het werk onmiddellijk in de auto naar het Fallonstadion in Woluwe. Het was nog de tijd dat men door de Wetstraat in twee richtingen kon rijden. Gelukkig was ik steeds rond vier uur dertig op het terrein en kon ik zo de chaos vermijden. Ook na de training, omstreeks zeven uur dertig, was de file (ook toen reeds) voorbij. Ik kwam thuis omstreeks acht uur dertig of soms negen uur.
Omdat wij kampioen speelden in Tweede Nationale kreeg de club een uitnodiging om tegen de nationale ploeg van Congo te spelen ter gelegenheid van de viering vijf jaar onafhankelijkheid. Zo kreeg ik de kans Congo te bezoeken. Wij speelden onze wedstrijd in het toen nog Koning
Boudewijnstadion in Kinshasa. Het was een belevenis om nooit te vergeten : te gast bij President
Kasavubu, bij Eerste Minister Tjombé., wedstrijden spelen voor 70.000 hevige supporters. Wij verloren wel tegen de nationale ploeg met 3 - 1.
Zo bleef ik acht seizoenen bij Racing-White. Ook hier was er de vraag om over te stappen naar het profvoetbal. Ik was 31 jaar, bedankte voor de eer en verkoos een transfer dichter bij huis. Het is toen Sportkring Sint-Niklaas geworden, vier seizoenen in de tweede afdeling tot in 1976. Ik was vijfendertig en verkoos, om het rustiger aan te doen. Waarom vertel ik u zo dadelijk.